Info en tips

 

Ouders langs de kant: positief supporteren !

 
We hebben het beste voor met onze kinderen. We leven met hen mee, we willen zo graag dat ze gelukkig zijn. Maar we willen ook dat ze winnen. We denken dat onze aanwezigheid tijdens wedstrijden een positieve invloed heeft op hun gedrag tijdens het spelletje en dus ook op het resultaat. Wij kennen onze kleine kapoen. En toch. Ze hebben ons nodig tijdens moeilijke momenten en via een vuistje, een knipoogje of een “komaan-grimas” moedigen we hen aan en krikken we hun zelfvertrouwen (opnieuw) op. Maar is het zo eenvoudig? Werkt het zo? Help ik zo mijn kind? Wat is nu in feite een aangewezen gedrag langs de kant?
 

         Je aanwezigheid tijdens een wedstrijd kan je best beschouwen als een leuk sociaal uitstapje, waarop je blij bent andere mensen te ontmoeten en waarbij je respectvol omgaat met trainers, vrienden, clubgenoten en tegenstanders. Negatieve opmerkingen naar je kind zoals: “Doe nu toch eens je best of ik haal je van het terrein”, of ”speel dan toch sneller verdorie” helpen je kind niet. Kritiek aan het adres van de tegenpartij, genre “dat is al de derde keer dat zij een bal onterecht ‘uit’ roept” deugt ook niet. Probeer eerder tijdens een wedstrijddag een ontspannen, positieve houding aan te nemen, en van je gezicht een zonnetje te maken. Dan zal je kind zich op zijn/haar gemak voelen en niet schuldig en verantwoordelijk voor jouw negatieve houding.

Help de trainer! 
Coaching is het domein van de trainer. Jouw goedbedoelde aanmoedigingen en/of raadgevingen leiden de aandacht af van de communicatie tussen jouw kind en de trainer, of interfereren ermee. Probeer jezelf in het decor te laten opgaan en vermijd op te vallen of de aandacht naar je toe te trekken. En loop niet ostentatief weg omdat je te gespannen bent, want qua boodschap voor je kind kan dat ook tellen. Na de wedstrijd kan je de trainer helpen. Geef hem of haar jouw bevindingen. Je kan met de trainer bvb praten over het correcte gebruik van een routine. Nam je kind voldoende tijd tussen twee balwisselingen? En werd die tijd nuttig ingevuld? Kon je kind zich steeds concentreren ondanks het luidruchtige gedrag van de spelers op het terrein ernaast? Kon je kind zich altijd opnieuw opladen? Kon je kind door middel van zijn ademhaling tot ontspanning en een hernieuwde focus komen?

Uw gedrag wordt gekopieerd! 
Onze kinderen hebben de neiging om het gedrag van hun ouders te observeren en deze gedragingen, attitudes en emotionele reacties ook te imiteren. Als je regelmatig beslissingen van de scheidsrechter aanvecht, als je gespannen, nagelbijtend of met schokkende benen langs de kant de wedstrijd volgt, of als je je emotioneel onzeker toont, dan zou het best kunnen dat je kind gelijkaardig gedrag op het terrein zal vertonen. Wat dan weer niet zal bijdragen tot zijn/haar tennisspel. Je kan je kind een positieve houding tonen door op een gecontroleerde wijze met je emoties en gedrag om te gaan. Bijvoorbeeld naar de scheidsrechter toe.

Lichaamstaal 
Lichaamstaal is een uitgesproken communicatiemiddel.  En net zoals je weet hoe je kind zich voelt en wat het tijdens een wedstrijd denkt, zo houdt je kind ook je lichaam in het oog. Je dochter of zoon vindt het ongetwijfeld fijn als je kalm en ontspannen bent en voldoende interesse toont. Maak ook tijdens de wedstrijd af en toe een praatje met je buurman, geniet van de wedstrijd en geef toch niet de indruk dat je elke bal wil zien vliegen. Aanmoedigingen en applaus horen uiteraard ook bij een wedstrijd. Indien je applaudisseert, doe het dan voor “goed” tennis en niet enkel voor “gewonnen punten”. En doe het zowel voor goed tennis van je eigen kind als dat van zijn/haar tegenstander. Zodat je toont dat zijn/haar tegenstander ook talenten heeft.

Voor de wedstrijd: 
De dag voor een wedstrijd kan je al een paar zaken doen om een “succes” van je uitstap te maken. ’s Avonds kan je al het programma van de dag doorspreken. Wanneer opstaan? Om hoe laat vertrekken? Om hoe laat inspelen, indien dit praktisch mogelijk is? Wanneer eten? Hou bij het maken van een planning rekening met mogelijke hindernissen onderweg zoals een file of een omleiding. Als je kind over de komende wedstrijd wil spreken, luister dan aandachtig en maak er een leuk praatje van. Er bovenal een ontspannen avond van maken! En hoewel je uiteraard op weg naar het tennisterrein de ontspannen sfeer tracht te behouden, is het best mogelijk dat je kind zich langzaam begint af te sluiten als een soort matchvoorbereiding. Probeer ter plaatse de communicatie tussen trainer (indien aanwezig) en kind niet in de weg te staan. Hou je bijvoorbeeld afzijdig tijdens een eventuele voorbespreking.

Na de wedstrijd: 
Respecteer ook nu de volgorde: Vang je kind op maar hou er rekening mee dat de trainer eerst met je zoon of dochter de wedstrijd wil bespreken. Ook hier kan je dit best op een rustige, ontspannen manier doen. Typisch voor tennis is de spanning tot op het einde. Winst en verlies kunnen tot de laatste balwisseling kantelen. Daardoor zit je als meevoelende ouder, vaak met een grote hoeveelheid opgekropte spanning. Eens het spelletje voorbij wordt die spanning dan ontlucht door een gedetailleerde, maar voor je kind op dat ogenblik totaal overbodige, analyse van alle goede en slechte punten. Op weg naar huis kunnen er ook wel “drama’s” plaats vinden. Tijdens het autorijden ontstaat immers onbewust makkelijk een moment van hardere communicatie. Er is dan immers maar beperkt oogcontact en dit kort na een emotionele gebeurtenis. Hier is echt voorzichtigheid geboden. En als die andere chauffeur je bovendien niet jouw voorrang gaf, zodat je verdorie helemaal in de remmen moest, kan te snel een uitspraak als “En als jij zo blijft verder spelen dan kan je beter stoppen” volgen! Onthou je zoveel mogelijk van commentaar op het tennis zelf, en spreek er enkel over indien je kind er zelf op aanstuurt. Blijf zoeken tot je een gemeenschappelijk positief gespreksonderwerp vindt. Indien je ontevreden was over een bepaald aspect zoals bvb de inzet van je kind, bespreek dit dan kort later op een gepast moment. Eens thuisgekomen laat je je kind de opgedane indrukken op zijn/haar eigen manier verwerken. Gun het tijd om alles wat te laten bezinken. Laat hem/haar zelf beslissen waar hij/zij zin in heeft. Voor zover het binnen de perken blijft natuurlijk.

En wat als het toch zo moeilijk is om je eigen emoties onder controle te houden? 
Ken jezelf! Als je het erg moeilijk hebt om je emoties tijdens een wedstrijd van je kind te beheersen, en als je op die manier een negatieve invloed op zijn/haar spel uitoefent, dan kan je je beter afzijdig houden tot je voelt dat je wat gekalmeerd bent. Een goede stelregel is de ’10-seconden’ regel: driemaal diep in- en uitademen, bij het uitademen de negatieve emoties ‘afblazen’ en terwijl nadenken zodat het eerste wat je zegt iets positief is over het gedrag van je zoon of dochter tijdens (bvb goede inzet, rustig gebleven bij het op achterstand komen, correct gereageerd op een verkeerde “call”) of na de wedstrijd (bvb zelf naar een korte evaluatie met de trainer gevraagd). Dus kwel jezelf en je kind toch niet! Gebruik je tijd en aanwezigheid dan liever als vrijwilliger in de clubwerking, of als scheidsrechter, of steek je liever een handje toe in de cafetaria?


  

Controleren hoe je op fouten reageert

Je hebt het zeker wel al eens meegemaakt: die eenvoudige smash waarmee je de lob van je tegenstander kan afmaken – en zo de wedstrijd in jouw voordeel doen kantelen – blijkt plots niet zo eenvoudig te zijn. Je slaat hem toch wel uit zeker! Of die tweede service die je vrij gemakkelijk over het net zou kunnen slaan en toch weer in het net belandt. Hoe ga je het best om met dit type van fouten – soms beter gekend als “un-forced errors”?

Tip 1
Hoe we omgaan met dergelijke fouten wordt in eerste instantie mee bepaald door de verwachtingen die je je zelf stelt als je het terrein opstapt. Verwacht je van jezelf dat je nooit “vrijwillig” in de fout zal gaan of dat je enkel een fout kan maken wanneer je tegenspeler een “ongelooflijke” bal slaat? De kans is dan groot dat je vrij snel teleurgesteld zal zijn of je kwaad zal maken. Stap het terrein op met de idee dat fouten maken een onderdeel is van iedere wedstrijd en dat ook jij dus wel eens een foute bal kan slaan. En dat geldt uiteraard ook voor je tegenspeler!

Tip 2
Dus alle spelers, ook topspelers, maken fouten. Mentaal sterke spelers onderscheiden zich van anderen niet alleen door het aanvaarden dat fouten kunnen gemaakt worden. Zij reageren ook essentieel anders op een fout. Eens een slag gespeeld, is het dus een kwestie van aanvaarden. Aanvaarden dat je geen controle meer hebt over hoe de fout tot stand is gekomen. Echter wel over de wijze waarop je op die fout reageert.

      Tip 3
Je reactie op een fout zal in tweede instantie afhankelijk zijn van het soort van fout en de situatie waarin je de fout maakt: een verkeerde tactische keuze op een moment dat niet spelbepalend is zal je als minder erg ervaren dan het missen van een “easy shot” waarmee je een zwaar bevochten set mee kan winnen. En de aanwezigheid van toeschouwers kan het soms nog moeilijker maken! Het maken van een fout brengt dus steeds een mix van emoties met zich mee: kwaad worden, frustratie, ontgoocheling, verlegenheid of zelfs angst om opnieuw eenzelfde fout te maken.

Omdat emoties een vast deel uitmaken van een sportieve prestatie heeft het weinig zin om te proberen ze te negeren of te willen uitschakelen. Wel zinvol is dat je er op een gecontroleerde wijze mee omgaat zodat je je niet alleen wat beter kan voelen maar ook dat je ze niet blijft meeslepen tijdens de volgende rally. Omdat emoties je (soms) beletten om op een rustige en gecontroleerde wijze de volgende rally voor te bereiden, is het belangrijk dat je er eerst mee omgaat na het maken van de fout. De eerste respons na het maken van een fout is je emoties te ontladen. Neem de tijd om met een korte en krachtige uitroep (“Komaan!”) of met een krachtdadig en hard knijpen in het handvat van je racket je emoties uit te drukken. Terwijl iedere speler zijn voorkeur zal hebben voor één van beide mag een combinatie van beide uiteraard ook.

Tip 4
Je zal merken dat je automatisch en bijna tegelijkertijd ook zal zoeken naar een verklaring voor het maken van die fout. Een natuurlijke reactie die we soms heel vervelend vinden: het is niet altijd gemakkelijk om een echte oorzaak te vinden, of je weet waarom het fout ging maar je kan er weinig aan veranderen, of je voelt dat het je afleidt van hoe je de volgende rally voorbereidt. En toch is het zinvol dat je dit automatisme respecteert omdat het je niet alleen zal helpen de voorbije spelfase af te ronden maar ook omdat het je kan helpen de volgende rally voor te bereiden. Soms kan je tijdens het volgende game reeds de oorzaak van je fout bijsturen. Soms moet je gewoon beslissen dat je er tijdens je volgende trainingen extra aandacht zal aan besteden. Zoals je nu al weet, is het de wijze waarop je hier mee omgaat of op reageert die belangrijk is. Dus, plan het als tweede respons in je routine in: maak er kort tijd voor vrij, overloop snel enkele concrete punten in jouw spel die mogelijk tot de fout hebben kunnen leiden, kies er een punt uit dat je inderdaad zelf kan verbeteren en sluit deze spelfase af.

Tip 5
Terwijl veel spelers er meestal snel opnieuw willen invliegen, zal een mentaal sterke speler weten dat je je ook actief op de volgende rally moet voorbereiden. En dit betekent dat je je niet kan veroorloven om bij de vorige rally en de gemaakte fout te blijven stilstaan. Richt dus je aandacht op de komende spelfase ! Om de ene rally af te sluiten en om de volgende voor te bereiden, bouwen we eerst als overgang een fysiek en mentaal ontspanningsmoment in. Adem diep in en terwijl je vervolgens hard uitblaast. Schud even je tennisarm los zodat je voelt dat het teveel aan spanning en de nog resterende emoties – zoals een zwaar gewicht of een zware jas – van je afvallen. Indien nodig herhaal je dit nog éénmaal zodat je zeker het gevoel hebt dat je de vorige spelfase van je hebt afgezet. 

Tip 6
Om de volgende rally vervolgens goed aan te kunnen vangen, moet je er tenslotte niet alleen fysiek maar ook mentaal op voorbereid zijn. Teveel spelers stappen de volgende rally te snel in zonder er klaar voor te zijn. Terugwandelend naar de servicelijn bepaal je dus je tactische spelplanning waarmee je jouw spelwijze aan je tegenspeler wenst op te leggen. Daar je tijdens de ontspanningsfase je spierspanning hebt verminderd, is het belangrijk je spanningsgevoel terug op te bouwen naar het niveau dat je nodig hebt om de volgende rally te spelen. Dit kan je met kleine huppelpasjes, door even de spieren van de benen en armen kort op te spannen. Sommige spelers beëindigen deze routine door een lichte tik op een dij te geven en/of door zichzelf met een “Komaan” of een “Let’s go” aan te moedigen. 

Tip 7
Zoals steeds zal je zo’n routine pas op een korte (zo’n 15 seconden) en efficiëntie wijze kunnen gebruiken indien je deze goed aanleert en regelmatig oefent

Tip 8
Na de wedstrijd dien je uiteraard met je trainer, coach of tennisleraar na te gaan op welke manier je de kans kan verminderen om opnieuw eenzelfde fout te maken. Start je analyse met duidelijk je fout te beschrijven. Zo is “Ik heb de bal uit geslagen” uiteraard te vaag en geeft “Na een hoge bal sloeg ik mijn smash voorbij de basislijn” een duidelijkere omschrijving. Bepaal vervolgens wanneer je de fout hebt gemaakt: “Voor de zoveelste maal” blijft vrij vaag.  “Wanneer ik op setpunt stond” is meer concrete informatie en kan beter inzicht verschaffen.

Tip 9
Tenslotte is het belangrijk op te merken dat sommige spelers na het maken van een fout soms reageren zonder erbij na te denken: ze slaan met hun racket op de grond, ze meppen de bal hard weg, gooien met hun racket, wenen of schelden zichzelf, hun tegenspeler of een official uit. Meestal zijn dit reacties die ze als een – minder gepaste – manier hebben aangeleerd om met stress om te gaan. Ze houden niet alleen het risico tot bestraffing in. Er gaat ook veel tijd en energie aan verloren (bvb. het oprapen, proper maken of zelfs gaan halen van een nieuw racket). Hierdoor krijgt je tegenspeler tevens opnieuw hoop en uitzicht op een nieuwe kans. Deze reacties zijn niet gemakkelijk aan te pakken met de mentale routine die we hierboven hebben beschreven. Om ze te kunnen bijsturen, dienen de spelers eerst te aanvaarden dat hun gedrag moet veranderen. Vervolgens dient men te leren de signalen te herkennen die voorafgaan aan die reacties. Tenslotte met een andere, meer constructieve manier van reageren aangeleerd, getraind en gebruikt te worden. Alhoewel dit soms vrij snel tot goed resultaat kan leiden, is het meestal is een proces van lange duur. Een samenwerking tussen de speler, trainer en sportpsycholoog of mental coach is zeker aan te bevelen. 

 

TOP